In afwijking van artikel 3.3 kan het College van invordering of van verdere invordering afzien, indien de belanghebbende:
gedurende 36 aaneengesloten maanden volledig aan de door ons opgelegde betalingsverplichting heeft voldaan;
gedurende 36 maanden niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
gedurende 36 maanden geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost.
Indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17 eerste lid WWB, beziet het College in afwijking van lid 1 pas na vijf jaar op verzoek van belanghebbende of er individuele gronden aanwezig zijn tot gedeeltelijke kwijtschelding. Als er gronden voor kwijtschelding aanwezig zijn kan aan belanghebbende een voorstel worden gedaan de restantvordering af te kopen tegen betaling van 50% van de restvordering. Gedeeltelijke kwijtschelding is slechts mogelijk indien belanghebbende de voorafgaande vijf jaar stipt aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
– Afzien van (verdere) invordering
Onderdeel van Regeling terugvordering en verhaal Veldhoven 2010