In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Lid 1. andere voorziening
Voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.
Lid 2. gesprek
Het gesprek als bedoeld in artikel 5 van deze verordening. Het gesprek kan uit meerdere gesprekken bestaan.
Lid 3.hulpvraag
Behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid
van de wet.
Lid 4. overige voorziening
Overige voorzieningen als bedoeld in artikel 2, eerste lid waarvoor geen (verlenings) beschikking van het college vereist is.
Lid 5. individuele voorziening
Op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid door het college in natura of bij pgb verstrekt.
Lid 6. familiegroepsplan:
hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
Lid 7. Ondersteuningsplan
Hulpverleningsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.
Lid 8. melding
Melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Lid 9. pgb
Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken.
Lid 10. Sociaal wijkteam/ Centrum Jeugd en Gezin (CJG)
Door het college ingesteld team van deskundigen die het gesprek kunnen voeren.
Lid 11. Voorziening in natura
Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken.
Lid 12. Ouder
gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.
Lid 13. Wet
Wet over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet).
Lid 14. Woonplaats
woonplaats als bedoeld in artikel 12 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
ingeval de voogdij over de jeugdige berust bij een instelling als bedoeld in artikel 302 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: de plaats van het werkelijke verblijf van de jeugdige;
ingeval de woonplaats, bedoeld onder 1° en 2°, onbekend is dan wel buiten Nederland is: de plaats van het werkelijke verblijf van de jeugdige op het moment van de hulpvraag