**1..** Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.
**2..** Deelname aan de levensloopregeling is alleen mogelijk als voldaan is aan de voorwaarde dat het raadslid op 31 december 2011 een spaartegoed had dat gelijk is of groter dan € 3.000,00.
**3..** Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.
HOOFDSTUK II
Artikel 8a
Overgangsregeling levensloopregeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen raadsleden 2014