Onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van het dagelijks
bestuur is de directeur belast met de algehele leiding van
de uitvoeringsdienst en met de zorg voor een juiste
taakvervulling door de uitvoeringsdienst.
De directeur is integraal verantwoordelijk voor het
functioneren van de RUD Zuid-Limburg, voor de inzet en het
beheer van middelen, voor de inhoudelijke kwaliteit van de
taakuitvoering en dienstverlening en het realiseren van de
gestelde doelen. Voorts heeft de directeur de taken en
bevoegdheden genoemd in deze verordening.
De directeur is verantwoordelijk voor het relatiebeheer en
treedt op als aanspreekpunt voor externe partners.
De directeur treedt op als bestuurder in de zin van de Wet
op de ondernemingsraden.
De directeur legt voor de uitvoering van zijn taken
verantwoording af aan het dagelijks bestuur. Daartoe worden
er jaargesprekken gevoerd met een delegatie uit het
dagelijks bestuur.
De directeur kan de aan hem gemandateerde bevoegdheden in
ondermandaat aan de afdelingshoofden verlenen. De
ondergemandateerde bevoegdheden worden door het bevoegde
gezag en op de website van de RUD Zuid-Limburg bekend
gemaakt.
De directeur geeft direct leiding aan en voert de
jaargesprekken met de afdelingshoofden en overige door hem
rechtstreeks aangestuurde personen.
Het dagelijks bestuur wijst een eerste en tweede
plaatsvervanger voor de directeur aan. Bij langdurige
afwezigheid van de directeur wijst het dagelijks bestuur een
waarnemend directeur aan.