Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in
artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en
toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt
zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.
De cliënt verschaft het college alle overige gegevens en
bescheiden die naar het oordeel van het college voor het
onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een
identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
identificatieplicht ter inzage.
Als de cliënt en zijn situatie genoegzaam bekend is bij de
gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt
afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede
lid.
Hoofdstuk
Artikel 5.
Vooronderzoek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Meerssen 2015