Zelfredzaamheid wordt in de wet gedefinieerd als in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Zelfredzaamheid is van belang om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen zonder dat zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg noodzakelijk is.
Algemene dagelijkse levensverrichtingen zijn handelingen die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten, met inbegrip van persoonlijke verzorging. Het begrip wordt gebruikt om te kunnen bepalen in hoeverre iemand zelfredzaam is.
Voor de zelfredzaamheid zijn de volgende zaken van belang: in en uit bed komen, aan en uitkleden, lopen, gaan zitten en opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten en drinken, medicijnen innemen, ontspanning, sociaal contact. Zelfredzaamheid impliceert niet dat iemand steeds zelf in staat is deze handelingen te verrichten. De zelfredzaamheid kan ook worden versterkt door huisgenoten, het sociaal netwerk, een mantelzorger of een vrijwilliger die ondersteunende taken verricht. Ook kan het gebruik van algemene voorzieningen de zelfredzaamheid bevorderen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Zelfredzaamheid
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Heemstede 2015