Als sprake is van langdurige beperkingen kunnen voorzieningen vanuit de Wmo worden verstrekt. Bij een kortdurende noodzaak zijn vaak andere oplossingen mogelijk. De grens van langdurig noodzakelijk is gesteld op 6 maanden. Als iemand een probleem heeft dat 8 of 10 maanden zal duren maar daarna over zal zijn, mag er van worden uitgegaan dat geen sprake is van een langdurige noodzaak. Dat geldt overigens niet bij een aanvrager die terminaal is. Als de levensverwachting bijvoorbeeld 4 maanden is, is duidelijk dat het geen tijdelijk maar een onomkeerbaar probleem is. Er moet dan worden uitgegaan van een langdurige noodzaak.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.7
Langdurig noodzakelijk
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Heemstede 2015