Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2.2

Afwegingskader

Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Heemstede 2015

·. De algemene criteria om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 3 zijn van overeenkomstige toepassing. ·. Om voor een vervoersvoorziening in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of alle mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Dat kan gaan om het inzetten van het eigen sociale netwerk, het gebruik maken van algemene voorzieningen (bijvoorbeeld vrijwilligersvervoer) of het aanschaffen van algemeen gebruikelijke voorzieningen (bijvoorbeeld een fiets met trapondersteuning) die de problemen kunnen oplossen. ·. Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft al een auto en is gewend daar alles mee te doen) zal er geen noodzaak zijn een maatwerkvoorziening te verstrekken omdat er geen probleem is of omdat men het probleem zelf kan oplossen. Dat kan anders zijn als het inkomen door het optreden van de beperkingen is gedaald tot onder het bijstandsniveau. ·. Aan de hand van de vervoersbehoefte zal het college beoordelen of deze behoefte bij een persoon met een maximale loopafstand van 800 meter ingevuld kan worden met een systeem van collectief vervoer. Hierbij houdt het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager. ·. Bij personen met een loopafstand van minder dan 100 meter zal het college beoordelen of naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een voorziening noodzakelijk is voor de zeer korte afstand. ·. Ook bij personen met een loopafstand van meer dan 100 meter, maar minder dan 800 meter, zal het college beoordelen of een voorziening voor de zeer korte afstand noodzakelijk is. ·. Indien collectief vervoer niet of onvoldoende bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie, kan het college een individuele voorziening in de vorm van een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming te besteden aan vervoer verstrekken. ·. Een maatwerkvoorziening kan alleen worden verstrekt als deze op een veilige manier kan worden gebruikt. Zo kan het noodzakelijk zijn dat de aanvrager, na het afleggen van een rijvaardigheidstest, eerst rijlessen/verkeerslessen volgt om vast te stellen dat een voorziening veilig kan worden gebruikt. Wanneer op een later moment alsnog twijfel ontstaat, kan van betrokkene worden gevraagd om (nogmaals) een rijvaardigheidstest af te leggen. Wanneer deze test uitwijst dat de voorziening niet langer veilig kan worden gebruikt, wordt de voorziening ingenomen. Ook wanneer betrokkene weigert mee te werken aan een rijvaardigheidstest kan dit reden zijn om de voorziening in te nemen. ·. Met de positie van mantelzorgers wordt rekening gehouden bij het bepalen van de vervoersvoorziening. Zo kan het medisch noodzakelijk zijn dat de mantelzorger mee wordt vervoerd (vanwege de noodzaak tijdens het vervoer in te grijpen) zodat het vervoer van de mantelzorger als noodzakelijke begeleider gratis plaats vindt.

Rechtspraak bij dit artikel