In geval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot of echtgenote, een bloedverwante 1e graad, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder.
Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen 2 maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.10