Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
Minicontainer: een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, met een inhoud van 240 liter of minder.
Verzamelcontainer: een door of namens het college van burgemeester en wethouders ter beschikking gestelde voorziening bij o.a. hoogbouw, appartementen en seniorenhofjes ten behoeve van de opslag van afvalstoffen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, met een inhoud vanaf 240 liter.
Gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval
Restafval: huishoudelijke afvalstoffen niet zijnde gft-afval.
‘gebruik maken’ in hoofdstuk
II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer
grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld
Hoofdstuk I
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015