In de volgende gevallen en onder de volgende condities kan het college
van burgemeester en wethouders overgaan tot een gecoördineerde
voorbereiding van besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3:
het besluit over een omgevingsvergunning die op het moment van
indienen alleen op grond van artikel 2.10, lid 1, sub c of
artikel 2.11, lid 1 van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht geweigerd zou moeten worden en die slechts op
grond van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend, en het
besluit over het bestemmingsplan, het uitwerkingsplan of het
wijzigingsplan dat de omgevingsvergunning mogelijk maakt, maken
tenminste deel uit van de te coördineren besluiten en;
een ander besluit dat, als dat bij de coördinatie wordt
betrokken, genoemd is in artikel 3 en verband houdt met de
aanvraag of met het bestemmingsplan als bedoeld onder a en;
door of namens het college van burgemeester en wethouders is
vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder b gecoördineerd
kan worden voorbereid en;
door of namens het college van burgemeester en wethouders is
vastgesteld dat zich geen belemmering voordoet, waarbij de
gevallen genoemd in artikel 5 in ieder geval als een dergelijke
belemmering gelden en;
de aanvrager zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de
gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de
aanvrager heeft.