Op grond van artikel 44 lid 1 PW is het niet toegestaan bijstand toe te kennen tegen een eerdere datum dan waarop belanghebbende zich voor een aanvraag heeft gemeld. Gelet op de doelstellingen van de bijzondere bijstand (het bestrijden van armoede) moet aangenomen worden dat gemeentelijk beleid op basis waarvan met terugwerkende kracht bijzondere bijstand wordt verleend niet in strijd is met de bedoeling van de wetgever. Deze beleidsregel regelt dan ook twee situaties waarin de belanghebbende de bijzondere bijstand in ieder geval achteraf kan aanvragen. Dit laat onverlet dat de bijzondere bijstand ook in andere gevallen, op grond van bijzondere omstandigheden, met terugwerkende kracht kan worden toegewezen. In die gevallen dient wel gemotiveerd te worden waarom van de hoofdregel wordt afgeweken.
In het tweede lid onderdeel b is uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid om achteraf bijzondere bijstand aan te vragen voor meerdere geringe bedragen. Dit brengt zowel voor de belanghebbende als voor de gemeente een verlaging van de administratieve druk met zich mee. Uitdrukkelijk is gekozen voor een kan-bepaling. Belanghebbende is niet verplicht nota’s te sparen tot een totaalbedrag van tenminste € 25,00 is bereikt. In het kader van de armoedebestrijding is het van wezenlijk belang dat de belanghebbende ook een aanvraag kan indienen voor een lager bedrag. De in artikel 1 lid 2 sub b gegeven administratieve drempel vormt dan ook geen weigeringsgrond voor een verzoek om bijzondere bijstand voor een lager bedrag.
Hoofdstuk
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en Wet Schuldhulpverlening