1.Het college kent een individuele voorziening toe voor zover op basis van de hulpvraag en/of het
huisbezoek wordt vastgesteld dat de jeugdige:
op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden,
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening.
Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor zover met betrekking tot de
jeugdige een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts is afgegeven;
3.Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit
van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een individuele voorziening.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 10.
Afweging en voorwaarden individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Waalwijk 2015