Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 17, lid 2 van de Participatiewet niet nakomt, wordt een verlaging toegepast.
De verlaging wordt vastgesteld op:
20% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden, bij het niet verschijnen voor de taaltoets;
40% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden, mocht belanghebbende daarna nog niet meewerken;
100% van de bijstandsnorm voor onbepaalde tijd, bij het na één jaar niet of onvoldoende meewerken.
Indien belanghebbende weer wel gaat voldoen aan de door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 17, lid 2 van de Participatiewet, kan het college de verlaging opheffen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14a
Overige gedragingen die leiden tot een verlaging
Onderdeel van Afstemmings- en robuuste incassoverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2015