**1..** Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt zoals bedoeld in artikel 18, negende lid, van de Participatiewet; of,
de gedraging heeft plaatsgevonden meer dan 3 jaar voor constatering daarvan door het college.
**2..** Het college ziet af van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmings- en robuuste incassoverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2015