**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.2.
**2..** De maatregel wordt vastgesteld op een verlaging van:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 500,-.
40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingbedrag vanaf € 500,- tot € 1.000,-.
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,- tot € 5.000,-.
Indien het benadelingsbedrag hoger is dan € 5.000,- dan wordt de maatregel vastgesteld op een verlaging van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand en aansluitend gedurende twee maanden een verlaging van 20% van de bijstandsnorm.
Is het benadelingsbedrag hoger dan € 7.500,- dan wordt de maatregel vastgesteld op een verlaging van 100% gedurende één maand en aansluitend gedurende vier maanden een verlaging van 20% van de bijstandsnorm.
Is het benadelingbedrag hoger dan € 10.000,- dan wordt de maatregel vastgesteld op een verlaging van 100% gedurende één maand en aansluitend gedurende drieëntwintig maanden een verlaging van 20% van de bijstandsnorm.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2018