**1..** Het besluit tot het opleggen van een op grond van deze verordening opgelegde verlaging wordt door een beschikking bekend gemaakt aan de belanghebbende.
**2..** In deze beschikking vermeldt het college in ieder geval de onderstaande punten:
de reden van de verlaging;
de duur van de verlaging;
in geval van een verlaging van de uitkering op grond van artikel 18, tweede, vijfde en zesde lid, van de Participatiewet, de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de IOAW, dan wel artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de IOAZ: het bedrag of percentage waarmee deze uitkering wordt verlaagd, of;
in geval van een blijvende of tijdelijke weigering van de uitkering op grond van artikel 20, eerste lid van de IOAW, dan wel artikel 20, tweede lid van de IOAZ: de duur van de weigering;
indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging. Hieronder wordt in ieder geval verstaan redenen die verband houden met de ernst van de gedraging, mate van verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden van de belanghebbende en zijn gezin.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Het besluit tot opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2018