**o.** Het college kan een persoon op grond van de artikelen 9, eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel f van de IOAW en artikel 35, eerste lid, onderdeel f van de IOAZ een tegenprestatie naar vermogen opdragen.
**o.** IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
**o.** IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
**o.** Belanghebbende: persoon die tot de doelgroep van deze verordening behoort;
**o.** Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
**o.** In de participatiewet wordt de doelgroep ingedeeld in vier klantgroepen. De indeling is als volgt:
Klantgroep 1 bestaat uit belanghebbende die in principe over voldoende arbeidsvermogen beschikken zodat zij op eigen kracht of met beperkte ondersteuning werk kunnen vinden en behouden.
Klantgroep 2 bestaat uit belanghebbende die tijdelijk extra ondersteuning nodig hebben om weer een goede kans te maken op de arbeidsmarkt.
Klantgroep 3 bestaat uit belanghebbende met een beperking die zonder langdurige ondersteuning niet zouden kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt.
Klantgroep 4 bestaat uit belanghebbende die niet over voldoende arbeidsvermogen beschikken om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en die vooral behoefte hebben aan zorg of een vorm van dagbesteding.