Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Geen tegenprestatie

Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet De Ronde Venen 2015

1.. Het college draagt geen andere tegenprestatie op indien een belanghebbende mantelzorg of een vorm van vrijwilligerswerk verrichten naar het oordeel van het college wat redelijkerwijs noodzakelijk is. 2.. In beginsel wordt geen ontheffing van de arbeidsverplichtingen verleend en geldt voor alle belanghebbenden de volledige plicht tot arbeidsinschakeling zoals beschreven in artikel 16 van de Participatiewet. Het college kan binnen de in artikel 9 en artikel 9a van de Participatiewet geformuleerde kaders op aanvraag ontheffing verlenen van de verplichting tot arbeidsinschakeling: aan een alleenstaande ouder met de zorg voor een of meer ten laste komende kinderen tot 12 jaar, wanneer er aantoonbaar geen passende kinderopvang beschikbaar is; aan een alleenstaande ouder met de zorg voor een tot het gezin behorende langdurig ziek of gehandicapt kind tot de leeftijd van 18 jaar als er sprake is van een aantoonbare zorgbehoefte die niet kan worden ingevuld door derden of instanties; aan belanghebbenden die als gevolg van medische en / of sociale belemmeringen volledig arbeidsongeschikt zijn. Een belanghebbende is volledig arbeidsongeschikt wanneer als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling objectief (medische keuring) is vastgesteld dat hij niet in staat is arbeid te verrichten. aan belanghebbenden die niet beschikbaar zijn voor de arbeidsinschakeling in verband met het bieden van intensieve mantelzorg aan een hulpbehoevende chronisch zieke of gehandicapte partner, inwonend meerderjarig (pleeg)kind, inwonende broer of zus of aan ouder(s); 3.. Indien door het college ontheffing wordt verleend is die ontheffing Tijdelijk en maximaal voor de duur van één jaar; en onder de voorwaarde dat de klant (eventueel met inzet van voorzieningen) aan zijn beperkingen of belemmeringen werkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel