Verstrekking in de vorm van een pgb vindt niet plaats indien:
het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben met het beheren van een pgb;
het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager geen verantwoording kan of zal afleggen over de besteding van het pgb;
reeds eerder op grond van de wet een pgb is verstrekt en deze vanwege gebleken misbruik of onverantwoord gebruik is ingetrokken of teruggevorderd;
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Overwegende bezwaren
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp, gemeente Neder-Betuwe 2015