Het college stelt de maximale hoogte van het pgb vast op basis van de goedkoopst adequate oplossing, de door de cliënt ingediende begroting voor de benodigde ondersteuning met een maximum van de in bijlage 1 “Pgb tarieven Wmo & Jeugdwet 2015” genoemde kostprijzen.
De kostprijs is gebaseerd op de gemeentelijke inkooptarieven: raamovereenkomst maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 en de raamovereenkomst individuele voorzieningen Jeugd en de raamovereenkomst maatwerkvoorzieningen maatschappelijke opvang en beschermd wonen GGZ 2015.
Eventuele meerkosten worden door de cliënt zelf betaald.
De hoogte van een pgb voor het inschakelen van een formele hulp bedraagt:
maximaal 100% van de kostprijs van de goedkoopst vergelijkbare individuele maatwerkvoorziening in natura.
Een cliënt kan hulpverlening, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere voorzieningen onder voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. De hoogte van een pgb voor het inschakelen van een informele hulp bedraagt:
voor informele hulpen van 23 jaar en ouder geldt een maximum van € 20,- uur gedurende maximaal 40 uur per week of €5,- per uur voor dagbesteding.
voor informele hulpen jonger dan 23 jaar geldt maximaal het wettelijk minimumloon.
voor deeltijd verblijf/ logeeropvang geldt een tarief van €30 euro per etmaal; in uitzonderlijke situaties kan dit standaardtarief worden opgehoogd tot maximaal € 100,- per etmaal afhankelijk van de zwaarte van de hulpvraag.
informele hulpen die partner of eerste of tweede graadsfamilielid zijn en die een uitkering of pensioen ontvangen, ontvangen geen inkomen uit het pgb voor de geleverde hulp, tenzij als gevolg van het inkomen uit het pgb de uitkering op grond van de Participatiewet kan worden stopgezet.
De maximale hoogte van een pgb voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde diensten:
wordt vastgesteld op basis van de aanschafprijs van de goedkoopst compenserende voorziening welke het college in natura zou verstrekken, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting, plus een bedrag voor WA-verzekering indien deze verplicht is.
Achteraf en op declaratiebasis wordt tevens een bedrag verstrekt voor onderhoud en reparatie (zijnde instandhoudingkosten). Het bedrag voor onderhoud en reparaties is gebaseerd op maximaal de kosten die het college maakt wanneer een vergelijkbare voorziening in natura verstrekt wordt.
Indien de cliënt een met het pgb aangeschafte voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is (anders dan ten gevolge van gewijzigde medische omstandigheden):
wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een nieuw toe te kennen pgb.
II. Bij een eventueel nieuw toe te kennen pgb wordt het pgb voor instandhoudingkosten voor de nog niet verstreken termijn verrekend met de nieuw toe te kennen instandhoudingkosten.
In het geval geen nieuw pgb wordt toegekend:
III. wordt de voorziening ingenomen indien deze naar het oordeel van het college aan anderen verstrekt kan worden; eventuele kosten voor zelf bekostigde opties, accessoires en aanpassingen worden niet aan de cliënt vergoed.
IV. wordt de restwaarde van de voorziening teruggevorderd indien de voorziening niet aan anderen verstrekt kan worden.
De hoogte van een pgb voor een woonvoorziening wordt vastgesteld met behulp van bouwcalculatieprogramma Calpro+.
In afwijking van artikel 3, lid 4 en 5 bedraagt voor cliënten die in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor regievoering op het huishouden, huishoudelijke ondersteuning plus (HH2), op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning, het uurtarief maximaal:
informele hulp maximaal €16,00 per uur
formele hulp maximaal €20,30 per uur
Artikel 3
Hoogte van het pgb
Onderdeel van Regeling persoonsgebonden budget Wmo en Jeugdwet gemeente Apeldoorn 2015