Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 5

Artikel 2.1.5.3

Maken en veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ede 2001

1.. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders: een uitweg te maken naar de weg; van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente; de handhaving van het geldende bestemmingsplan. 4.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaalwegenreglement van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel