Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.18

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ede 2001

1.. De eigenaar of houder van een hond en ook degene die een hond onder zijn hoede heeft, is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet ontdoet van uitwerpselen in de openbare ruimte binnen de grenzen van Ede Stad en de dorpen die tot de gemeente Ede behoren. Deze grenzen worden aangegeven door de verkeersborden “Bebouwde kom”resp. “Einde bebouwde kom”. 2.. Het in het eerste lid neergelegde gebod is niet van toepassing voor visueel gehandicapten, die geleid worden door een geleidehond of de houder van een hond die is opgeleid door de Stichting Sociale Honden voor Gehandicapten Nederland of door de Stichting Servicehonden voor Auditief of Motorisch Gehandicapten en aan de houder ter beschikking is gesteld in verband met een motorisch gebrek. 3.. De strafbaarheid voor de overtreding, zoals in het eerste lid is aangegeven, wordt opgeheven als de eigenaar of de houder van de hond of degene die de hond onder zijn hoede heeft er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 4.. De houder of verzorger van de hond en ook degene die een hond onder zijn hoede heeft is verplicht, als hij zich in de openbare ruimte bevindt zoals aangegeven in lid 1, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen. Het college stelt hiervoor hulpmiddelen vast, wil het doeltreffend zijn. 5.. De houder of verzorger van de hond en ook degene die een hond onder zijn hoede heeft, die zich met die hond in de openbare ruimte bevindt zoals aangegeven in lid 1, is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar aan hem te laten zien. 6.. Het is de houder of verzorger van een hond en ook degene die een hond onder zich heeft verboden deze hond toe te laten op voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of een andere door burgemeester en wethouders aangewezen terrein. 7.. De in lid 1 bedoelde zorgplicht geldt, en de in lid 3 bedoelde zorg hoeft niet te worden betracht, op de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen waar honden onaangelijnd mogen lopen en de zogenaamde hondentoiletten.

Rechtspraak bij dit artikel