**1..** Het is verboden:
afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of voorwerp, die / dat aanleiding kan geven tot verontreiniging, beschadiging of onvoldoende afwatering van de weg, dan wel aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu, op of in de bodem en oppervlaktewater, buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te plaatsen, te storten, te werpen, uit te gieten, te laten vallen of lopen of te houden;
een op of aan de weg geplaatste afvalmand, -bak of soortgelijk voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan voor het daarin deponeren van klein afval, zoals verpakkingen van versnaperingen en kleine eetwaren en sigaretten- en sigarendoosjes.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid, onder a, gestelde verbod ontheffing verlenen.
**3..** Het in het eerste lid, aanhef en onder a. gestelde verbod geldt niet voorzover:
wordt gehandeld door of vanwege de overheid;
de stoffen of voorwerpen op de weg geraken of tijdelijk op de weg worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg.
**4..** Het in het eerste lid, aanhef en onder a. gestelde verbod geldt voorts niet voor zover:
de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet;
artikel 5 of 9 van het Rijkswegenreglement;
het Gelders wegenreglement van toepassing is.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.2.2.1aa
Verontreiniging van de weg en van terreinen aan de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ede 2001