Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 5

Artikel 5.5.1

Verbod vuur te stoken

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ede 2001

1.. Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover: de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van Strafrecht of artikel 36 van deze verordening van toepassing zijn; het verbranden van zieke planten en houtopstanden betreft waarvoor de Plantenziektenkundige Dienst te Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het noodzakelijk is deze planten of houtopstanden spoedig ter plaatse te verbranden; het verlichting betreft door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke of vuur om te koken, bakken indien dat geen gevaar oplevert voor de omgeving, of het verbranden van schoon, droog, niet geverfd en niet verduurzaamd hout in vuurkorven betreft. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen voor het verbranden van kap- en snoeihout ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4.. De ontheffing bedoeld in het derde lid kan worden geweigerd: in het belang van de openbare orde en veiligheid; ter bescherming van de woon- en leefomgeving; ter bescherming van flora en fauna; ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, walm of stank. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ter uitvoering van het in het derde lid bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel