Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 11.

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2015

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; indien de cliënt tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond. 2.. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt: als deze niet langdurig noodzakelijk is; indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Beesel. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van te verwachten levensloopomstandigheden en uit het oogpunt van het normale gebruik van de woning niet noodzakelijk is; de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de slechte staat van de woning als gevolg van onvoldoende onderhoud en/of het niet uitvoeren van eenvoudige preventieve aanpassingen. 4.. Geen voorziening voor vervoer in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt: indien de cliënt gebruik kan maken van een algemene voorziening of collectief systeem, en; de algemene voorziening of het collectief systeem beschikbaar en toegankelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel