**1..** Onder de naam “onroerende zaakbelastingen” worden voor binnen de
gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:
**2..** Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient,
al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
**3..** Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
**4..** Bij de gebruikersbelasting wordt:
**5..** Gebruik door degene aan wie een deel van de onroerende zaak in gebruik
is gegeven (verder : de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene
die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruik gever); de
gebruik gever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de
gebruiker;
**6..** Het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter
beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking
heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene
aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
**7..** Voor de eigenarenbelasting wordt als genot hebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld,
tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht is.