Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; kwartaal: periode van aaneengesloten periode van drie maanden in één jaar, niet vallende in het zomerseizoen; zomerseizoen: periode van zes maanden, ingaande op 1 april en eindigende op 1 oktober daaropvolgend; terrasseizoen: periode van acht maanden, ingaande op 1 maart en eindigende op 1 november daaropvolgend; jaar: kalenderjaar; automaten: toestellen die in werking treden bij inwerping van een munt, c.q. munten; vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; terras: een gelegenheid waar eet- en drinkwaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; voorwerpen op een terras: banken, tafeltjes, stoelen, windschermen, parasols, bloemen- en plantenbakken en andere voorwerpen ter aankleding van een terras; onroerende zaak: een onroerende zaak, als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken; standplaats: een ruimte op of aan de weg, aangewezen door het college voor de uitoefening van de straathandel.

Rechtspraak bij dit artikel