Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 1.1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en nadere regels Jeugdhulp gemeente Groesbeek 2015

De begripsbepalingen genoemd in artikel 1.1.1 en 1.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groesbeek 2015, artikel 1.1 van de Jeugdwet en artikel 1 van de Verordening jeugdhulp gemeente Groesbeek 2015 zijn ook op dit besluit van toepassing. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder: Besluit: Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Groesbeek 2015 Budgethouder: een persoon aan wie als gevolg van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groesbeek 2015 en/of de Verordening Jeugdhulp gemeente Groesbeek 2015 een persoonsgebonden budget is toegekend. Centrumgemeente: Om de maatschappelijke opvang binnen het kader van de WMO in goede banen te leiden, zijn 43 centrumgemeenten verantwoordelijk voor het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meer problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De centrumgemeenten werken hiertoe samen met opvanginstellingen, zorgkantoren en woningcorporaties. De centrumgemeenten ontvangen hiervoor specifieke uitkeringen van het Rijk. Eenmalig persoonsgebondenbudget: pgb die niet is bestemd voor dienstverlening maar voor een (vervoers)hulpmiddel, een vervoerskostenvoorziening of een woningaanpassing. Dit pgb wordt door de gemeente uitbetaald en niet door de sociale verzekeringsbank (Svb) middels trekkingsrecht Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Zorgperiode: een periode van 4 weken, door het Centraal Administratie Kantoor, verder te noemen het CAK, gehanteerd bij de berekening en inning van de eigen bijdrage. 13 zorgperioden is één jaar.

Rechtspraak bij dit artikel