Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.1.

Artikel 16.2

Budgetperiode en tussentijdse verstrekking

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en nadere regels Jeugdhulp gemeente Groesbeek 2015

1.. Het eenmalig persoonsgebonden budget wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de gemiddelde levensduur (zie bijlage 2: gemiddelde levensduur hulpmiddelen Bvmo gemeente Groesbeek 2015) die, voor zover van toepassing, geldt voor de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening. 2.. Indien de periode waarvoor een eenmalig persoonsgebonden budget is verstrekt nog niet is verstreken kan een –aanvullend- persoonsgebonden budget worden verstrekt in de volgende situaties: Er is sprake van gewijzigde omstandigheden die aanpassing dan wel vervanging van het hulpmiddel noodzakelijk maken Er is sprake van een calamiteit die belanghebbende niet te verwijten is. 3.. Indien de met het eenmalig persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening na het verstrijken van de budgetperiode nog adequaat, kwalitatief verantwoord en compenserend is, dan wordt geen nieuw persoonsgebonden budget verstrekt. Een persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten kan dan wel worden verstrekt. Onder instandhoudingskosten wordt verstaan: de noodzakelijke kosten om de voorziening in stand te houden, in het bijzonder de kosten van onderhoud en reparatie en, voor zover van toepassing, de verzekeringskosten

Rechtspraak bij dit artikel