Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden;
er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.1.
Artikel 16.6
Weigering evrstrekking persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en nadere regels Jeugdhulp gemeente Groesbeek 2015