**1..** De oppervlakte van een reclameobject wordt vastgesteld als volgt:
indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, poster of soortelijk aankondigingsvoorwerp, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de zijde van het voorwerp waarop de aankondiging wordt gedaan. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte, de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit;
indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een vlag, banier, (span)doek of soortgelijk voorwerp, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van één zijde van het voorwerp waarop de aankondiging wordt gedaan;
indien de openbare aankondiging bestaat uit het reclamevoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte, de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp aan 2 zijden omsluit;
indien de openbare aankondiging wordt gedaan door middel van een combinatie van verschillende losse voorwerpen of een opschrift met losse letters of symbolen, wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald door de lengte, de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorwerpen of het opschrift omsluit.
**2..** Indien het reclameobject slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald op het van de openbare weg zichtbare gedeelte van het reclameobject.
**3..** indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingsvoorwerp, waarop door verschillende belastingplichtigen een aankondiging wordt gedaan, wordt de oppervlakte van de aankondiging van de belastingplichtige bepaald op de aan hem voor het doen van de aankondiging ter beschikking staande oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp.
**4..** De oppervlakten van reclameobjecten, die bij één vestiging behoren, worden bij elkaar opgeteld. Indien een vestiging tezamen met een bouwwerk of deel daarvan wordt gebruikt door één belastingplichtige, worden de oppervlakten van alle reclameobjecten die bij de vestiging en deze bouwwerken of delen daarvan behoren bij elkaar opgeteld.
**5..** Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk en daarmee tot een vestiging indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt.
**6..** Onder een vestiging wordt tevens verstaan een bouwwerk dat uitsluitend dient voor het hebben van een of meer openbare aankondigingen.
Artikel 6
Berekening van de reclamebelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2015 in het centrum van Enschede