Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Ordemaatregelen

Onderdeel van Beheersverordening Begraafplaatsen 1997

1.. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. 2.. Het is verboden op de begraafplaatsen: fietsen en bromfietsen te berijden of mede te voeren, met dien verstande, dat dit verbod niet van toepassing is op het medevoeren van fietsen en bromfietsen met het doel deze in daarvoor bestemde bewaarplaatsen op te bergen. loslopende honden bij zich te hebben; op de graven of andere ruimten te lopen of de begraafplaatsen te verontreinigen; zich neer te zetten, anders dan op de daarvoor aangebrachte banken; bloemen of andere waren te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen voor grafbedekkingen; reclame te maken voor handel en bedrijf. 3.. Het is verboden met motorrijtuigen als bedoeld in art. 1, sub 2, van de Wegenverkeerswet of met bespannen voertuigen op de begraafplaatsen te rijden: elders, dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan voor een begrafenis, verrichten van werkzaamheden in verband daarmede of voor het vervoeren van materialen; sneller dan 10 km per uur. 4.. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van het personeel. 5.. Degenen, die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van het personeel van de begraafplaats verwijderen. 6.. Ingeval van herhaald ongepast gedrag of herhaalde gedragingen waardoor de goede gang van zaken op de begraafplaats in ernstige mate wordt verstoord, kunnen burgemeester en wethouders de overtreder de toegang tot de begraafplaats voor een daarbij te bepalen termijn ontzeggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel