Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel; de wet: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de participatiewet; bijstandsnorm: de algemene bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel c participatiewet, of voor zover sprake is van een IOAW of IOAZ uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW respectievelijk artikel 5 IOAZ; bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 35 van de participatiewet; bijstand: algemene en bijzondere bijstand; netto bijstand: de bijstand zonder de verhoging op grond van artikel 19, vierde lid, of artikel 35, vijfde lid, van de participatiewet; verlaging: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, vijfde en zesde lid, van de participatiewet, respectievelijk artikel 20 tweede lid IOAW of artikel 20 eerste lid IOAZ; voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de participatiewet waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven. 2.. De begripsbepalingen van de bovenstaande wetten zijn op deze verordening van toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel