1.het college weigert de uitkering tijdelijk geheel of gedeeltelijk indien belanghebbende uit of in verband met arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd;
de belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;
de belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 17.
Tijdelijk weigeren van een uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Krimpen aan den IJssel 2015