**1..** Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan indien de belanghebbende gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat per maand niet hoger is geweest dan 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm.
**2..** Inkomsten die gedurende een totale maximale periode van zes maanden in de referteperiode hoger liggen dan de inkomensgrens als bedoeld in het eerste lid, met een maximum van 110% van de geldende bijstandsnorm, worden buiten beschouwing gelaten.
**3..** Het bepaalde in het tweede lid is, indien de belanghebbende door eigen schuld of toedoen geen (gesubsidieerd) werk heeft behouden, niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 4.