In deze verordening wordt verstaan onder:
a. besluit: het Huisvestingsbesluit;
b. corporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of een gemeentelijk woningbedrijf;
c. economische binding: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub l, van de
Huisvestingswet bepaalde;
d. eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de Huisvestingswet bepaalde;
e. gebruiksoppervlakte: het totaal van de tussen omsluitende wanden gelegen vloeroppervlakte van de ruimten in een woonruimte
f. publicatie woningaanbod: het periodiek openbaar gemaakt of aan
woningzoekenden toegezonden aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende of de woningzoekende waaraan het aanbod is toegezonden op eigen initiatief kan reageren;
g. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren
h. huur/inkomenstabel: de door burgemeester en wethouders vast te stellen tabel, waarin de verhouding tussen de huurprijs en het daarbij tenminste en ten hoogste toegestane inkomen is opgenomen;
i. huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, sub 1, sub j, van de Huisvestingswet bepaalde;
j. huurprijsgrens: de aftoppingsgrenzen zoals bedoeld in artikel 20, lid 2, van de Wet op de huurtoeslag;
k. huurwoning: een woonruimte waarvoor de gebruiker een vergoeding is
verschuldigd, of ten aanzien waarvan de gebruiker een huurovereenkomst is aangegaan;
l. inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 14, lid 1 van de Wet op huurtoeslag;
m. inschrijfduur: de termijn dat een woningzoekende van tenminste 18 jaar, die niet zelfstandig een in de regio gelegen huurwoning bewoont, bij een verhuurder staat ingeschreven voor een voor verhuur beschikbaar komende woning;
n. klachtencommissie: de commissie als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de
Huisvestingswet;
o. koopprijsgrens: de door burgemeester en wethouders vast te stellen grens;
p. leegstaan: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub i, van de Huisvestingswet bepaalde;
q. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub m, van de Huisvestingswet bepaalde;
r. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, lid 1, van de Huisvestingswet;
s. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning;
t. regio: de gemeenten die zijn gelegen in het gebied van het voormalige
Samenwerkingsorgaan Westfriesland;
u. standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub h, van de
Woningwet;
v. starter: een huishouden dat na verhuizing, hoofdbewoner wordt en nieuw
gevormd is, zoals iemand die voor het eerst zelfstandig gaat wonen of na een relatieverbreking;
w. urgentiecommissie: de in regionaal verband ingestelde commissie die
burgemeester en wethouders adviseert ter zake van artikel 10;
x. woonduur: de onafgebroken periode gedurende welke een woningzoekende de huidige in de regio gelegen huurwoning zelfstandig bewoont en op dat adres ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA);
y. woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub b, van de
Huisvestingswet bepaalde;
z. woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw,als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub e, van de Woningwet.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Drechterland 2007