**1..** Onverminderd artikel 2, derde lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
bij gedragingen van de eerste categorie, gedurende één maand tien (10) procent van de uitkeringsnorm;
bij gedragingen van de tweede categorie, gedurende één maand twintig (20) procent van de uitkeringsnorm;
bij gedragingen van de derde categorie, gedurende één maand vijftig (50) procent van de uitkeringsnorm.
**2..** Bij gedragingen van de vierde categorie is de hoogte van de maatregel gelijk aan het door dit gedrag verloren netto inkomen.
**3..** Bij gedragingen van de vierde categorie waarbij de hoogte van het verloren netto inkomen niet is vast te stellen wordt de hoogte van de maatregel bepaald op basis van artikel 2, tweede lid van deze verordening.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW/IOAZ Noordoostpolder 2015