Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 24

Afbouwtoelage

Onderdeel van CAR/UWO

Aan de medewerker van wie de bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de artikelen 22 en 23, een blijvende verlaging ondergaat wordt een afbouwtoelage toegekend indien: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen als bedoeld in artikel 22 of 23, en de medewerker een toelage als bedoeld in de artikelen 22 en 23, direct voorafgaand aan het tijdstip van genoemde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking (dat wil zeggen twee maanden of langer) heeft genoten. De berekeningsbasis voor de afbouwtoelage is de gemiddeld per maand genoten toelage als bedoeld in artikelen 22 en 23 van deze regeling, berekend over de laatste twaalf volle maanden. De duur van de toelage is gelijk aan het vierde deel van de tijd gedurende welke de toelage als bedoeld in de artikelen 22 en 23 van deze regeling zonder wezenlijke onderbreking werd genoten. De periode van de afbouwtoelage bedraagt ten hoogste 36 maanden. Bij het berekenen van het aantal maanden waarover recht op de afbouwtoelage bestaat, vindt een afronding naar boven plaats op een hele maand. De aldus berekende periode wordt in drie gelijke delen gesplitst, waarbij het eerste en eventueel het tweede deel naar boven op een gehele maand worden afgerond, met dien verstande dat het totaal aantal maanden niet meer mag bedragen dan de berekende periode. De hoogte van de afbouwtoelage bedraagt gedurende de in het vierde lid berekende deelperioden respectievelijk 75%, 50% en 25% van de onder lid 2 genoemde berekeningsgrondslag. Latere verhogingen van de bezoldiging in de zin van deze regeling, algemene salarisverhogingen uitgezonderd, komen in mindering van de toelage. Het minimum bedrag van de afbouwtoelage dat voor uitbetaling in aanmerking komt, bedraagt € 5,- per maand. Latere verhogingen van de het salaris en de toelagen genoemd in lid 1 onder a, uitgezonderd algemene salarisverhoging, komen in mindering op het bedrag van de afbouwtoelage. Aan de medewerker van 60 jaar of ouder die voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden wordt een blijvende toelage toegekend, indien hij de toelage als bedoeld in de artikelen 22 en23 van deze regeling direct voorafgaande van de aanvang van de blijvende toelage ten minste 5 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. De hoogte van de blijvende toelage bedraagt 75% van de berekeningsbasis als bedoeld in het tweede lid De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat over in een blijvende toelage wanneer de medewerker de leeftijd van 60 jaar of ouder bereikt en hij de toelage als bedoeld in de artikelen 22 en 23 van deze regeling direct voorafgaande aan de aanvang van de aflopende toelage ten minste 5 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. De hoogte van de blijvende toelage als bedoeld onder c is gelijk aan het percentage van op de aflopende toelage, zoals die gold de dag voor aanvang van de blijvende toelage. De werkgever kan voor de toepassing van dit artikel nadere regels stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel