Deze VOI geeft invulling aan de wettelijke verplichting voor de raad om een Telecommunicatieverordening op te stellen. Vooralsnog is niet voorzien in een algemene wettelijke grondslag voor een vergelijkbare regeling voor de energienetten en waterleidingen. Daarom wordt vooruitlopend op mogelijke toekomstige nationale basisregelgeving hiermee voorzien in uniforme afspraken met daarbij een zo gelijk mogelijke behandeling van alle netbeheerders.
Daarnaast heeft de gemeente een coördinatieverplichting met betrekking tot de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels of leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen. Onder het uitvoeren van de coördinerende rol worden o.a. werkzaamheden verstaan als een onderzoek naar de haalbaarheid van het gevraagde tracé en het onderzoeken of meerdere partijen tegelijkertijd gebruik willen maken van het tracé. Ook worden, indien noodzakelijk, voor het uiteindelijke tracé aanvullende uitvoeringseisen gesteld. De feitelijke situatie is zo dat de fysieke ondergrond vol raakt met een veelheid aan kabels of leidingen, dit maakt betere afstemming van werkzaamheden en belangen noodzakelijk.
Van belang is op te merken dat in beginsel alle kabels of leidingen in de openbare ruimte (waaronder ook rioolbuizen) waarover de bevoegdheid van het gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de verordening vallen. De term “openbare ruimte” dient in dit verband geïnterpreteerd te worden als algemeen toegankelijk voor het publiek dan wel zonder veel belemmeringen bereikbaar voor het publiek.
Het bereik van de verordening is niet beperkt tot de kabels of leidingen die in de grond liggen, maar ziet ook op kabels of leidingen en bijbehorende voorzieningen die door of over kunstwerken zijn gelegd. Met kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor kabels of leidingen is aangelegd om bijvoorbeeld een barrière (zoals een snelweg of een waterweg) over te kunnen steken. Hierbij valt te denken aan kabel- en leidingentunnels en -viaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening als kunstwerken beschouwd. In artikel 1.2 is de reikwijdte van de verordening expliciet aangegeven. Bovengrondse hoogspanningsleidingen zijn uitgezonderd van de definitie van “kabels of leidingen” en vallen dus niet onder de vergunning- of instemmingsplicht van de verordening.