Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 6.1.

TOEZICHT EN HANDHAVING

Onderdeel van Verordening Ondergrondse Infrastructuur

Dit artikel maakt alle betrokken partijen bewust van het niet-vrijblijvende karakter van de VOI. Uitgangspunt is dat partijen zich houden aan de bepalingen van de VOI, waarmee nagestreefde doeleinden bereikt kunnen worden. Dit artikel geeft aan dat het college ambtenaren kan aanwijzen die belast zijn met toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens deze VOI. Als één of meer partijen zich echter niet houden aan de voorschriften en beperkingen van deze VOI behoudt het college zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van de haar toekomende bevoegdheden en mogelijkheden zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk en eventueel strafrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn met name de Awb en de Gemeentewet van belang met de huidige bepalingen inzake bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. Civielrechtelijk blijven de opties van onrechtmatige daad van toepassing. Strafrechtelijk is naast het wetboek van Strafrecht in algemene zin ook de Wet op de economische delicten relevant, omdat daarin rechtstreeks bepalingen uit de Telecommunicatiewet van toepassing zijn verklaard.

Rechtspraak bij dit artikel