Indien het inkomen meer bedraagt dan 130 % van het sociaal minimum, wordt het bezit van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een auto vergelijkbare individuele voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding.
Hoofdstuk 5.
Artikel 24.
Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Voorzieningenverordening WMO 2010.