Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Langdurig laag inkomen

Onderdeel van Verordening individuele inkomens- en studietoeslag Oostzaan 2015

1.. Een belanghebbende heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan maximaal 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. 2.. Als een deel van de referteperiode een gedeelte van een kalenderjaar betreft, mag het gemiddelde inkomen over deze periode niet meer bedragen dan maximaal 110% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm over die periode. 3.. Ten aanzien van perioden, waarin een belanghebbende is uitgesloten van het recht op bijstand, wordt een belanghebbende voor de toepassing van het eerste lid geacht minimaal een inkomen te hebben gehad van 100% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel