Als het recht van erfpacht eindigt op de wijze als bedoeld in artikel 2.18 van deze algemene erfpachtvoorwaarden, vindt schadeloosstelling plaats met overeenkomstige toepassing van hetgeen daarover is bepaald in de Onteigeningswet.
Niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de notariële akte of in een notariële akte houdende wijziging van het recht van erfpacht is gesticht, noch zal worden vergoed de schade terzake van het beëindigen van een activiteit die in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de notariële of in een notariële akte houdende wijziging van het recht van erfpacht op de onroerende zaak wordt uitgeoefend, tenzij het college daartoe schriftelijk toestemming heeft verleend. De erfpachter is gerechtigd om bij het einde van de erfpacht weg te nemen hetgeen niet zal worden vergoed.
De erfpachter geen recht heeft op de in lid a bedoelde vergoeding:
als de in erfpacht gegeven grond een andere bestemming had dan die van woningbouw;
als de erfpachter de gebouwen, werken en beplantingen niet zelf heeft bekostigd;
voor zover de gebouwen, werken en beplantingen onverplicht waren aangebracht en hij ze bij het einde van de erfpacht mocht wegnemen.
Als de erfpachter zich niet kan verenigen met de door de gemeente aangeboden vergoeding, doet hij hiervan binnen twee maanden na ontvangst van de aangetekende kennisgeving van de vergoeding, schriftelijk mededeling aan het college. Als geen overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van de vergoeding, wordt deze vastgesteld door drie deskundigen, aan te wijzen door de competente rechter van de rechtbank Oost-Brabant.
Het college keert de aan de erfpachter toekomende vergoeding uit, na aftrek van al hetgeen de erfpachter over het recht van erfpacht, de onroerende zaak en de opstallen nog aan de gemeente verschuldigd is.
Als het recht van erfpacht ten tijde van het eindigen van het recht met hypotheek is bezwaard, is de gemeente krachtens deze algemene erfpachtvoorwaarden gemachtigd om, in afwijking van lid d van dit artikel, de vergoeding, na aftrek van al hetgeen de gemeente uit hoofde van de erfpachtovereenkomst en deze algemene erfpachtvoorwaarden over de onroerende zaak nog te vorderen heeft, aan de hypotheekhouder(s) uit te keren tot een door het college vast te stellen bedrag, gelijk aan het bedrag dat aan de hypotheekhouder(s) zal toekomen als het een verdeling betreft van de koopsom in geval van gerechtelijke verkoop van het recht van erfpacht. Een daarna overblijvend bedrag van de vergoeding wordt uitgekeerd aan de erfpachter. Zolang de onroerende zaak (behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten) niet ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld, is de gemeente bevoegd tien procent van de uitkering ingevolge dit artikel achter te houden. Uitsluitend voor de toepassing van dit artikel worden met rechtmatig verkregen gebruiksrechten gelijkgesteld anderszins door derden verkregen gebruiksrechten, die naar het oordeel van het college geen bezwaren opleveren.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.19
Schadeloosstelling bij opzegging in het algemeen belang
Onderdeel van Algemene Erfpachtvoorwaarden gemeente Heusden 2015