**1..** Het college legt overeenkomstig deze verordening een maatregel op
indien de belanghebbende naar het oordeel van het college:
een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont
voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel
18, tweede lid van de wet;
de uit de wet voortvloeiende verplichtingen, met
uitzondering van artikel 17, eerste lid, niet of onvoldoende
nakomt;
een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede en vierde
lid IOAW/IOAZ of een op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ
aan de uitkering verbonden verplichting niet of onvoldoende
nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer
ernstig misdragen onder omstandigheden die rechtstreeks
verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ;
een inkomen zou hebben kunnen verwerven uit of in verband
met arbeid als bedoeld in artikel 20, eerste lid IOAW of
artikel 20, tweede lid IOAZ.
**2..** Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
omstandigheden waarin hij verkeert.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwartewaterland 2015