Het college kan onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden, die
additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
werkzaamheden:
naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding naar de
arbeidsmarkt; en
niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; en
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
organisatie waarin ze worden verricht; en
niet leiden tot verdringing op de reguliere arbeidsmarkt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet