Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7-

Artikel 7.3

Specifieke criteria woonvoorzieningen

Onderdeel van WMO-verordening Zoetermeer 2015

1.. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een maatwerkvoorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. 2.. Voor zover de cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat als bedoeld in artikel 7.2 van deze verordening, zal de toepassing van het primaat van verhuizen eerst beoordeeld worden om het bedoelde resultaat te bereiken. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de kosten van aanpassing van de woning het in het Besluit Wmo genoemde bedrag te boven gaan. 3.. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheid beschikbaar en bruikbaar is, worden geen maatwerkvoorzieningen verstrekt. 4.. Het college kan de cliënt op wie het primaat als bedoeld in dit artikel van toepassing is zonder aanvraag in aanmerking brengen voor een tegemoetkoming in de meerkosten als bedoeld in hoofdstuk 10 van deze verordening; 5.. De cliënt kan voor een woningaanpassing in aanmerking komen indien blijkt dat verhuizen als bedoeld in het tweede lid niet binnen een redelijke en/of medische aanvaardbare termijn mogelijk is. 6.. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op: het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur; het treffen van voorzieningen in specifiek op mensen met beperkingen gerichte woongebouwen, voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft dan wel voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen. 7.. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen. 8.. De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 7.1 onder a kan in ieder geval worden geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere dringende reden aanwezig was; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen als bedoeld in artikel 7.1 onder a van deze verordening in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel