Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. 2.. Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte dan wel standaardprijslijsten. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd. 4.. Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in de wet en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 5.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten geleverd door een gekwalificeerde zorgorganisatie met overheadkosten, bedraagt 100% van het tarief waarvoor het college aanbieders heeft gecontracteerd; door een zelfstandig werkende gekwalificeerde aanbieder, bedraagt 85% van het tarief waarvoor het college aanbieders heeft gecontracteerd; De hoogte van het persoonsgebonden budget welke door de cliënt mag worden besteed aan een persoon uit diens sociale netwerk of aan een persoon die niet als gekwalificeerde aanbieder wordt aangemerkt, bedraagt 50% van het tarief waarvoor het college aanbieders heeft gecontracteerd, met een minimum van het geldende minimum loon.

Rechtspraak bij dit artikel