Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 15

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2015

1.. De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.. Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven. 6.. Terugbetalingen onder de € 4,50 worden niet terugbetaald. 7.. Voor toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslag reinigingsrechten of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. 8.. Voor belastingbedragen tot € 4,50 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrechten of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel