**1..** Op de begraafplaats Maarn vinden uitsluitend begravingen plaats van overledenen die op het moment van overlijden woonachtig zijn op het grondgebied van de voormalige gemeente Maarn en die in de gemeentelijke basisadministratie zijn ingeschreven.
**2..** Het college verleent ontheffing van het bepaalde in het eerste lid indien een overledene volgens de gemeentelijke basisadministratie tenminste vijftien jaar woonachtig is geweest op het grondgebied van de voormalige gemeente Maarn, evenals in andere gevallen wanneer daarvoor dringende redenen bestaan.
**3..** De algemene graven op de begraafplaatsen Doorn, Leersum en Amerongen bestaan uit graven, waarin gelegenheid wordt gegeven om maximaal drie stoffelijke overschotten te begraven voor de tijd van tien jaren. In deze graven vindt geen bijzetting van asbussen plaats, met of zonder urnen. In deze graven worden geen foetussen begraven.
**4..** De algemene graven op de begraafplaatsen Driebergen – Rijsenburg en Maarn bestaan uit graven, waarin gelegenheid wordt gegeven om maximaal twee stoffelijke overschotten te begraven voor de tijd van tien jaren. In deze graven vindt geen bijzetting van asbussen plaats, met of zonder urnen. In deze graven worden geen foetussen begraven.
**5..** De particuliere graven op de begraafplaatsen Doorn, Leersum en Amerongen zijn bestemd voor het begraven van ten hoogste vijf stoffelijke overschotten voor de tijd van tien of twintig jaren, waaronder maximaal drie lijken.
**6..** De particuliere graven op de begraafplaatsen Driebergen – Rijsenburg en Maarn zijn bestemd voor het begraven van ten hoogste vier stoffelijke overschotten voor de tijd van tien of twintig jaren, waaronder maximaal twee lijken.
**7..** In een grafkelder op de begraafplaatsen Doorn, Leersum en Amerongen mogen ten hoogste vijf stoffelijke overschotten worden begraven/bijgezet voor de tijd van tien of twintig jaren, waaronder maximaal drie lijken.
**8..** In een grafkelder op de begraafplaatsen Driebergen – Rijsenburg en Maarn mogen ten hoogste vier stoffelijke overschotten worden begraven/bijgezet voor de tijd van tien of twintig jaren, waaronder maximaal twee lijken.
**9..** Een kindergraf is bestemd voor het begraven van ten hoogste één lijk voor de tijd van tien of twintig jaren.
**10..** Een foetusgraf is bestemd voor het begraven van ten hoogste twee stoffelijke overschotten van een foetus, voor de tijd van tien of twintig jaren.
**11..** Een urnengraf op de begraafplaatsen Doorn en Driebergen – Rijsenburg is bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste drie asbussen, met of zonder urnen, voor de tijd van tien of twintig jaren.
**12..** Een urnengraf op de begraafplaats Leersum is bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste vier asbussen, met of zonder urnen, voor de tijd van tien of twintig jaren.
**13..** In een urnennis op de begraafplaats Doorn mogen maximaal twee asbussen worden geplaatst, voor de tijd van tien of twintig jaren.
**14..** In een urnennis op de begraafplaatsen Amerongen en Leersum mogen maximaal drie asbussen worden geplaatst, voor de tijd van tien of twintig jaren.
**15..** In afwijking van hetgeen in het vorige lid is bepaald, mag in een urnennis die is gesitueerd in een urnenzuil op de begraafplaats Amerongen maximaal één asbus worden geplaatst, voor de tijd van tien of twintig jaren.
**16..** In een urnennis op de begraafplaats Maarn mag maximaal één asbus worden geplaatst, voor de tijd van tien of twintig jaren. Er worden tevens grote urnennissen uitgegeven waarin maximaal twee asbussen mogen worden geplaatst voor de tijd van tien of twintig jaren.